Begraven door de eeuwen heen

← Terug naar Lezingenreeks

Op zondag 31 mei vond in Rosmeer de derde lezing plaats binnen het project Voor de eeuwigheid ontsloten. Deze activiteit paste ook binnen de Archeologiedagen en werd mee georganiseerd door heemkundekring Rosmeer.

De belangstelling was groot: zo’n vijftig deelnemers verzamelden in de Sint-Petruskerk voor een namiddag over begraven, herinneren en de vele manieren waarop mensen door de eeuwen heen met de dood zijn omgegaan. Rosmeer bleek daarvoor een bijzonder geschikte plek. Onder het dorp en in de omgeving liggen namelijk sporen van duizenden jaren geschiedenis verborgen.

Een startplek vol betekenis

De namiddag begon in de Sint-Petruskerk van Rosmeer. Daar zijn twee gerestaureerde graftrommels te bezichtigen: metalen dozen met bloemenkransen die vroeger op graven werden geplaatst als blijvend eerbetoon aan overledenen.

Die graftrommels vormden meteen een mooie brug naar het thema van de namiddag. Ze tonen hoe mensen ook in recentere tijden zorg en aandacht besteedden aan hun doden. Niet alleen met woorden, maar ook met objecten, symbolen en rituelen. Precies die zorg voor de overledene liep als een rode draad doorheen de lezing en latere wandeling.

Begraven door de eeuwen heen

Daarna nam Yinthe Vos, masterstudente archeologie aan de KU Leuven en zelf afkomstig uit Rosmeer, het publiek mee op een reis door de tijd. In haar lezing focuste ze op de belangrijkste archeologische grafvondsten in de streek, van de prehistorie tot de middeleeuwen.

Yinthe benadrukte hoe belangrijk archeologie is voor periodes waarin er nog geen geschreven bronnen waren. Wat mensen niet op papier nalieten, vinden archeologen vandaag soms terug in de bodem: sporen van woningen, gebruiksvoorwerpen, menselijke resten en graven. Vooral grafvondsten vertellen veel over hoe vroegere gemeenschappen naar leven, dood, status en geloof keken.

De oudste vondsten in Rosmeer dateren van ongeveer 5000 voor Christus. In de jaren 1950 werden hier sporen opgegraven van gebouwen die wijzen op de aanwezigheid van de lineaire bandkeramiek-cultuur. Daarmee is Rosmeer een van de oudste vindplaatsen van het Neolithicum in België. Ook recent gaf de bodem nog nieuwe geheimen prijs: in 2025 werden in Rosmeer een vijftiental graven gevonden.

Van vorstengraven tot Romeinse grafheuvels

Een volgende halte in het verhaal was het vorstengraf van Eigenbilzen, dat dateert van ongeveer 400 voor Christus. In dat graf werden crematieresten en verschillende vondsten aangetroffen. Zulke grafvondsten geven archeologen inzicht in de positie die iemand binnen een gemeenschap innam, maar ook in de rituelen die met begraven verbonden waren.

Daarna kwam de Romeinse periode aan bod. In Rosmeer werden sporen gevonden van een Gallo-Romeinse tumulus en een villa uit de 2de eeuw na Christus. Een tumulus is een monumentale grafheuvel uit de Gallo-Romeinse periode. In onze regio liggen zulke grafheuvels vooral geconcentreerd rond de Romeinse weg van Bavay over Tongeren naar Keulen.

Ook hier werd duidelijk dat begraven veel meer was dan een praktische handeling. Een graf kon een plaats van herinnering zijn, maar ook een zichtbaar teken in het landschap.

Nieuwe technieken, nieuwe inzichten

Ook de vroege middeleeuwen lieten in Rosmeer duidelijke sporen na. Zo werden er ongeveer 120 Merovingische graven uit de 6de en 7de eeuw gevonden. Traditioneel worden zulke graven vaak ingedeeld als zogenaamde “vrouwengraven” of “mannengraven”, op basis van de grafgiften die erin werden aangetroffen.

Yinthe nuanceerde dat beeld. Recent DNA-onderzoek toont aan dat die interpretaties niet altijd kloppen. In een zogenaamd vrouwengraf kan evengoed een man liggen, en omgekeerd. Nieuwe technieken zorgen er dus voor dat oude vondsten vandaag opnieuw bekeken worden, soms met verrassende resultaten.

Een bijzondere vondst uit Rosmeer is een schijffibula, een mantelspeld die vandaag in het Gallo-Romeins Museum te zien is als een van de topstukken. Opmerkelijk is het kruis dat op de fibula staat afgebeeld. Dat wijst op een overgangsperiode waarin oudere, heidense grafgebruiken en christelijke symboliek naast elkaar bestonden.

Tot slot belichtte Yinthe ook de Karolingische periode. In Munsterbilzen werden zogenaamde boomstamgraven gevonden, zonder grafgiften. Dat ontbreken van grafgiften past binnen een christelijke traditie, waarin men na de dood geen rijkdom of status hoefde te tonen.

Op stap door archeologisch Rosmeer

Na de lezing nam Ivo Hensen van heemkundekring Rosmeer de groep mee op een archeologische wandeling door het dorp. Wat tijdens de lezing al aan bod kwam, kreeg buiten een concrete plaats in het landschap. Dat maakte de verhalen meteen tastbaarder.

Ivo bracht de deelnemers van plek naar plek en koppelde de archeologische vondsten aan de omgeving waarin ze werden ontdekt. Met zijn levendige vertelstijl en vele anekdotes maakte hij duidelijk dat archeologie niet alleen een zaak is van wetenschappelijke opgravingen, maar vaak ook van toeval, opmerkzaamheid en mensen die met aandacht naar hun omgeving kijken.

Onderweg hield de groep ook halt bij enkele andere lokale erfgoedplekken. Zo was er aandacht voor de Biekeboom, een monumentale rode beuk van ongeveer 300 jaar oud, de nagelboom, waar mensen vroeger bij tandpijn een nagel konden inslaan, en de Sint-Bertilliabron, een eeuwenoude bedevaartsplek.

Een verleden dat blijft spreken

De namiddag maakte duidelijk dat mensen doorheen de geschiedenis op heel uiteenlopende manieren met de dood zijn omgegaan. Grafgiften, grafheuvels, boomstamgraven, christelijke symbolen of graftrommels: telkens vertellen ze iets over hoe overledenen werden herdacht en welke betekenis men gaf aan afscheid nemen.

Tegelijk bleek dat er doorheen al die verschillen ook een constante is. In elke periode besteedden mensen zorg aan hun doden. Begraven gebeurde met aandacht, met rituelen en met respect.

Rosmeer gaf op 31 mei opnieuw een stukje van zijn rijke verleden prijs. En toch blijft er nog veel te ontdekken. Dankzij nieuwe technieken, zoals DNA-onderzoek en fysisch-antropologisch onderzoek, kunnen vondsten uit het verleden vandaag opnieuw spreken. Zo blijft de geschiedenis van Rosmeer, laag na laag, verder tot leven komen.