Spots op de Nachtjacht van Brustem onder de Tweede Wereldoorlog

← Terug naar Erfgoedblog

Heemkunde Brustem en Historisch Centrum van de Luchtmachtbasis met “Nachtjacht in Brustem”

De tweede wereldoorlog blijft voor veel heemkundige verenigingen en geschiedkundige kringen een inspiratiebron voor het houden van tentoonstellingen. Dat was ook het geval voor Heemkunde Brustem en voor het Historisch Centrum van de Luchtmacht. Beiden sloegen de armen in elkaar en kwamen in het verlengde weekend van Allerheiligen anno 2021 met een boeiende en leerrijke maar druk door jong en oud bijgewoonde expositie: de Nachtjacht in Brustem. De titel verwijst naar het vliegveld in Brustem dat onder de oorlog door de Luftwaffe of de Duitse luchtmacht werd bezet en gebruikt als uitvalsbasis om bommenwerpers van de geallieerde strijdkrachten neer te halen. Foto’s op panelen en voorwerpen onder glas gaven (groot)ouders en (klein)kinderen een objectieve kijk op deze donkere periode in de geschiedenis van Brustem. Zo’n 120 kinderen van de lagere school De Boomhut kregen een rondleiding op de expositie.

 

De nachtjagers

Goed 60 Duitse piloten en 40 Duitse jachtvliegtuigen waren onder de oorlog gestationeerd op het vliegveld. “In het luchtruim boven Brustem en in een ruimte zone er rond cirkelden ‘s nachts vrijwel constant Duitse vliegers in hun Messerschmidt”, vertelt Dany Schoebrechts van het Historisch Centrum van de Luchtmachtbasis in Brustem dat de militaire kant van de Nachtjacht voor zijn rekening nam. “Tot wel tien toestellen per nacht hingen in de lucht. Hun opdracht bestond erin om Britse bommenwerpers– ze vlogen ‘s nachts richting Duitsland om daar steden en militaire installaties met een bommentapijt te bestoken – te onderscheppen en uit de lucht te schieten.” Een Duitse piloot was wel bijzonder doeltreffend, zo bleek. “Inderdaad, het gaat om Heinz Schnauffer”, vervolgde Dany Schoebrechts. “Tijdens de oorlog haalde hij 121 geallieerde toestellen neer.”

 

Twee keer opgegraven

Het vliegveld van Brustem was als nachtjachtbasis van de Luftwaffe voor de geallieerde jagers een belangrijk en strategisch doelwit. Vooral tijdens de voorbereiding van de landing van Normandië (6 juni 1944) werd het meermaals door bommen van Britse en Amerikaanse toestellen geraakt. Hierbij vielen aan Duitse kant 158 piloten, bemanningsleden en grondpersoneel. Ze werden eerst begraven tegen een muur op het stedelijk kerkhof van Sint-Truiden. Later werden de lichamen opgegraven en opnieuw ter aarde besteld in een bos op het kasteeldomein van Brustem. Maar na de oorlog, meer bepaald in mei 1948, werden de stoffelijke resten naar hun laatste rustplaats gebracht: het Duits kerkhof op Kattenbos in Lommel. De dodentol onder de geallieerde vliegtuigbemanningen was ruim drie keer groter. Liefst 512 lieten er hun leven. Ze werden door de Duitsers met militaire eer begraven op het vliegveld van Brustem.

 

Een gezicht

Heemkunde Brustem belichtte de burgerlijke kant van de Nachtjacht in Brustem. Naast soldaten hebben ook burgers hun leven moeten bekopen door oorlogsgeschut. In Brustem lieten 32 burgers het leven, in héél Sint-Truiden waren er dat 132. “Ook heel wat huizen langs de Luikersteenweg waar het vliegveld van Brustem op uitkwam werden platgegooid”, weet ons Emile Grommen van Heemkunde Brustem te vertellen. “We hebben op de expo de gesneuvelde soldaten en burgers een gezicht gegeven. Dat deden we ook met de personen die zich tegen de Duitse bezetter hebben verzet. Bovendien plaatsten we op de tentoonstelling een groot scherm. Hierop konden bezoekers de luchtfoto’s bekijken die door het Amerikaans leger werden geschoten. Ze konden er zien waar werd gebombardeerd en waar schade werd aangericht”, besluit Emile Grommen. Toen de oorlog op zijn laatste benen liep en de Duitsers zich alsmaar meer moesten terugtrekken, werden de drie landingsbanen op het vliegveld van Brustem hersteld. Ook werd het in gebruik genomen door Amerikaanse eskaders. Na de oorlog werd de luchtmachtbasis overgenomen door het Belgisch leger. Maar in 1996 ging het vliegveld dicht. Het hele gebied kreeg een nieuwe bestemming. Een deel is vandaag ingericht als KMO-zone voor luchtvaart gerelateerde bedrijven. De enige nog overgebleven landingsbaan is eigendom van LRM, de Limburgse Reconversie Maatschappij. Een belangrijke realisatie op het vliegveld zijn Droneport en het Droneplatform.

 

Samenwerking

Nachtjacht in Brustem was een mooi voorbeeld van samenwerking tussen twee erfgoedkringen die de geschiedenis van Brustem doen herleven. Heemkunde Brustem doet dat voor alle aspecten van de geschiedenis, het Historisch Centrum van de luchtmachtbasis evoceert de geschiedenis van het vliegveld, van vroeger tot nu. Het centrum is gehuisvest in de kelder van de voormalige abdij van Sint-Truiden. Daar kan je een schat aan foto’s en documenten gaan bekijken. Ook getuigen een aantal voorwerpen over de historie van het vliegveld. Een topstuk in de collectie is een motor van Junker, een Duitse bommenwerper. Heemkunde Brustem is een nog prille vereniging. Ze werd in 2018 boven de doopvont gehouden door Emile Grommen en Willem Paulus. Hun vaste stek is de kleutertuin van De Boomhut en de raadzaal van het vroegere gemeentehuis van Brustem. “We werken niet met leden, en we hebben ook geen bestuur”, vertrouwt Emile ons toe. “We staan op onze vrijheid van handelen, en dit naar analogie van de Burcht (een middeleeuws fort van 1170) die symbool stond voor de vrijheid van de burgers van Brustem.” Elke 2de dinsdag van de maand organiseert Heemkunde Brustem een avond rond een bepaald thema. “We willen de geschiedenis van het dorp levendig houden, en dat doen we op een laagdrempelige manier. Bovendien betrekken we de mensen ook bij onze projecten. Het schept een band met het dorp”, aldus Emile Grommen tot slot.

 

Xavier Lenaers