Bakken met Theo

20150615_TB_bakoven_Voeren (1)Theo: ‘Taart werd vroeger altijd in een bepaalde volgorde gegeten: eerst rijsttaart, daarna taart van eigen fruit en als laatste exotisch fruit. De reden hiervoor ken ik niet, maar zo werd het wel altijd gedaan. Rijst-, kersen-, rabarber- en kruisbessentaart maakten men in het voorjaar en de zomer. In de winter waren het taarten met gedroogd fruit. Wie een eigen bakoven had, bakte de taart thuis. Of ze maakten de taarten thuis en brachten te taart naar de bakker om te laten bakken. Een andere mogelijkheid was om de taart te bakken op een open vuur. Daarvoor gebruikten ze een speciale koperen bakvorm met deksel. Men legde dan houtskool onder- en bovenaan het deksel en zo kon men dan de taart bakken.’

De taarten waren vroeger ook heel erg groot. De diameter was ongeveer 50 a 60 cm. Er werd dan een bodem gemaakt, die werd volgelegd met fruit. Daar kwam dan een deksel op en dan werd de rand omgeplooid.

EH_Voeren_plats

Platz

Een befaamde lekkernij uit Voeren is de kersenpannenkoek. Dat zijn dikke pannenkoeken gemaakt met deeg van speciale bloem en gist. Kleine kersensoorten worden gebruikt als vulling. Theo: ‘Heel belangrijk: de pit moet je erin laten, want die zorgt voor de smaak’. Een andere lekkernij werd gemaakt op 6 januari: de driekoningenkoek of de zogenaamde platz. Deze platte koek met krenten maakten men ter gelegenheid van het driekoningenfeest en deelden ze uit aan de arme mensen. Tegenwoordig wordt de koek nog steeds gemaakt, maar nu worden de koeken verloot. De opbrengst van de loting gaat naar de dansmariekes van Moelingen.

 

Meer over de koningskoeken en taarten ontdek je op de expo Taart!

Tweet about this on TwitterShare on FacebookShare on Google+Share on LinkedInEmail this to someone